- ionenrooster
- waterstofbruggen
- binding van moleculen
maandag 26 maart 2012
opdracht 4
maandag 19 maart 2012
maandag 12 maart 2012
opdracht 2
- wat is de elektronenvalentie van Na, Mg, O, Ce, Fe.
- wat is de naamgeving van FeO?
- wat is een ionenrooster?
- wat is een ander woord voor valentie?
- op welke 3 manieren kunnen atomen zich met elkaar binden?
- hoe is de naam van een zout opgebouwd?
- wat verstaan we onder kristallen?
- zouten zijn bij kamertemeraturen altijd een vaste stof, verklaar dit.
zondag 4 maart 2012
Opdracht 1
Samenvatting 6,9 waterstofbruggen en 6,10 eigenschappen van water.
6,9 waterstofbruggen.
De kook- en smeltpunten van een molekulaire stoffen hangen af
van de grootte molekulen, van het wel of niet polair zijn van de molekulen en
van het wel of niet kunnen vormen van waterstofbruggen.
Waterstofbruggen komen voor bij verbidingen met de
OH-groepen, en in mindere mate bij verbindingen met NH- of NH2-groepen.
Waterstofbruggen zijn sterker dan vanderwaalskrachten en
minder sterk dan een atoombinding.
Voor het verbreken van een waterstofbrug is er meer energie
voor nodig dan voor het afbreken van een molekuulbinding, maar minder dan voor
een atombinding.
Is een waterstof atoom verbonden aan een atoom meet een zeer grote elektornenactiviteit, zoals bijv. O dan word de binging sterk polair.

6,10 eigenschappen van
water.
Water heeft uitzonderlijke eigenschappen en is juist
daardoor van levensbelang voor veel organismen. Bij het verwarmen van een
vloeistof zet het uit, daardoor hebben vloeistoffen hun grootste dichtheid bij
het stolpunt liggen (0 graden). Maar water is een uitzondering, water heeft
zijn grootste dichtheid niet bij 0 graden maar bij 4 graden. Water zet bij
stollen uit terwijl andere stoffen juist krimpen. Daardoor blijft ijs op water
en daardoor knapt een waterleiding bij bevriezen.
Het uitzetten van water bij bevriezen kan verklaard worden
door aan te nemen, dat het maximale aantal waterstofbruggen gevormd word in de
vaste toestand. Er onstaat dan een rooster met holtes.
Water blijkt voor veel stoffen een geschikt oplosmiddel te
zijn, vooral voor stoffen met een polair karakter of stoffen met een
ionrooster. Water is in staat de sterke ionbinding te overwinnen. Benzine is
een apolaire stof en die lost dus ook niet op in water.
Polair mengt met
polair en apolair mengt met apolair.

Abonneren op:
Reacties (Atom)